vrouwkje.com | in de pers | vitrine
terug

 

VERLANGEN VASTLEGGEN, JANSEN EN TUINMAN

door Xander Michiel Beute


De dichteres is niet alleen schrijfster, ze wordt ook meer en meer een performer die haar sporen verdient op podia. Wanneer je op Lowlands hebt gestaan verdien je een debuutbundel. Het maakt hun poëzie vaak toegankelijk met alle zegeningen en gevaren van dien. Tsjitske Jansen debuteerde met het uitermate succesvolle Het moest maar eens gaan sneeuwen. Vrouwkje Tuinman schreef Vitrine.
De bundel van Jansen kijkt naar wat voorbij is. De onschuld van de kindertijd is voorgoed verdwenen en dat had niet moeten gebeuren. De steeds terugkerende ik wil klein blijven, vastgehouden worden, spelen en fantaseren. Soms wordt dit verlangen zo direct geuit dat het plat wordt. “Als je groot bent/wil je dan niet meer spelen/of mag het dan niet meer?” En dan gaat het kind vissen in de beek. “Een haakje had ik niet nodig.” Jansen heeft vaker de neiging tot uitleggen. In een gedicht over teruggevonden oude foto’s wordt een aardige vergelijking gegeven van de troost die de diepte van de zee biedt met het niet kunnen herinneren van een kinderfoto. Jansen eindigt dan het gedicht met een overbodige, en ook nog eens nietszeggende verklaring: “En in de momenten waar geen foto’s van zijn,/was ik ook.” Inderdaad ja. Hier en daar krijgen we een volwassen vrouw voorgeschoteld zoals in het hilarische de idioot op het dak waar een vrouw na een avond flink drinken op het dak van haar ex belandt. Jansen is direct. Ze dicht eenvoudig, helder en meestal raak. Het gedicht dat haar bundel en haar poëzie het best weergeeft, vertelt van een kastanje die eigenlijk helemaal geen boom wil worden, maar een mooie, glimmende kastanje wil blijven. Helaas, het onvermijdelijke gebeurt, de kastanje wordt boom en de verandering is constant. Tenslotte komt, gelukkig, de berusting, met een boeiende tegenstelling: “Ik heb het opgegeven/te zijn zoals ik ben./Ik groei maar mee/ met wie ik worden zal./Af en toe hoor ik/dat iemand zegt/ Hoe mooi ik ben./In mijn schaduw/gebeuren dingen/die de moeite waard zijn.”
In plaats van het oproepen en herinneren van een verleden is Tuinman in Vitrine bezig met het vastleggen en bewaren van het heden. Het nu, dat moest maar niet voorbij gaan. De poëzie moet, krampachtig bijna, het heden verankeren. Er is een nieuwe liefde. Dat brengt geluk, verwachtingen, verwondering en zenuwen met zich mee. En ook prachtige zinnen: “Hoe je in mij wegglijdt./Hoe je adem tussen mijn haren/wij gaan hier jaren over doen.” Kort daarvoor zijn er de ontmoetingen met jouw ex. Tuinman laat zien dat poëzie heel simpel ontzettend grappig kan zijn. Toch zijn de meeste gedichten complexer dan die van Jansen. Niet alle beelden spreken direct voor zich, maar zijn wel prettig alledaags. Een stoel die niet bij de vuilnis mag, een afspraak in de koffiecorner van de Bijenkorf. En dan is er nog de afwezige vader. Het gedicht Haarsteeg, 13-9-’88 begint met de mededeling dat hij al twaalf jaar dood schijnt. “Lijkt, al bijna dertien./Maar dat werkt niet altijd zo.” Hij duikt per ongeluk op in een doos met oude brieven.
[…] Hij zit in de verkeerde doos
zoals hij nu al twaalf bijna dertien jaar
in de verkeerde tram stapt,
de verkeerde straat of juist de goede inloopt,
waar ik dan ook. Hij schrijft hij hoopt
dat ik een fijne dag zal hebben. Met
veel bezoek, nog meer cadeaus.
En weer is hij niet dood.
De vader komt later in de bundel terug. In een droom. In foto’s. Afwezig en toch aanwezig. In het titelgedicht verklaart Tuinman nog maar eens wat ze met haar poëzie probeert te bereiken. […] Ik ben,/en wat ik niet vastleg is niet gebeurd./Ik wil dat alles is gebeurd. […] En dus moet er flink gedicht worden en veel foto’s gemaakt. Dat gaat niet altijd even makkelijk. Je weet nooit wat de camera wil of dat wat je vastlegt hetgeen is dat je vast wilt houden. Tuinman houdt ’s avonds de gordijnen open en legt haar leven in de vitrine. Het levert prachtige poëzie op. Tjitske Jansen: Het moest maar eens gaan sneeuwen
Podium, Amsterdam. ISBN 9057592568; 44 blz.
Vrouwkje Tuinman: Vitrine
Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. ISBN 903887433-2; 53 blz.

  (c) Tsjip/Letteren