| |
Ontheemd in het eigen leven
Mario Molegraaf, Provinciale Zeeuwse Courant, 25 maart 2005
Mijn visitekaartjes, een geschenk van mijn vrouw, durf ik alleen met een
verontschuldigende grijns te overhandigen. Volgens het kaartje ben ik
schrijver, maar mag je je zo noemen na het schrijven van één
boek? Ik heet ook 'poëziekenner'. In dit opzicht heeft m'n zelfvertrouwen
een impuls gekregen door het debuut van Vrouwkje Tuinman. De foto achterop
Vitrine toont een bedeesd meisje en ze schrijft bedeesde gedichten. Des
te verrassender zijn de eerste regels in het boekje: 'In Brussel laat
je mij je kut zien.'
Het zijn niet haar eigen woorden. Ze zijn afkomstig van haar geliefde
sinds vijf weken en de dichteres leest ze in haar 'veilig bed'. Ineens
kon ik geloven in de term die mijn echtgenote me toedichtte. Want deze
'poëziekenner' bracht het citaat onmiddellijk thuis. Vrouwkje Tuinman
verwijst naar een gedicht uit een van de drie bundels die F. Starik vorig
jaar publiceerde. Naar diens gedicht dat eindigt met de opmerking: 'Ik
ging/ naar Brussel om je kut te zien. Jouw kut is mijn huis.'
Twee poëten in één bed, het heeft voor de poëzie
merkwaardige gevolgen. 'Wil je mijn knie zien?', vraagt de dichteres.
'Jij laat je knie zien, alles is in orde', reageert de dichter. Jammer
genoeg worden ze in mijn poëziekast door vele bundels gescheiden,
van Kees Stip en Mustafa Stitou, van Toon Tellegen en Willem van Toorn.
Ondanks het heftige begin ontmoeten we in Vitrine een verlegen Vrouwkje.
Het is veelzeggend dat ze niet zichzelf losmaakt, maar dat ze door een
ander wordt losgemaakt. In deze poëzie wordt meer geluisterd dan
gezegd, meer beschouwd dan beleefd, meer gekeken dan gedaan. 'Zie hoe
ik mijn leven doe', schrijft ze ergens, alsof het bestaan geen werkelijkheid
is maar een toneelstuk.
Ontheemd in het eigen leven, het zal te maken hebben met haar persoonlijke
historie. 'Uit elke korrel verleden/ bak ik een nieuwe taart', beweert
ze. Het verleden wordt overschaduwd door een verdwenen vader. Die 'schijnt
al twaalf jaar dood. Lijkt, al bijna dertien'. Ontroerend is het gedicht
waarin ze zichzelf en haar geliefde van een afstand opneemt. Ze ziet dan
'een man, een meisje', ze ziet óók 'Papa's grote handen'.
Wat verwacht ze van haar minnaar? Hij ontbolstert haar, letterlijk en
figuurlijk. 'Ik ben volkomen naakt' is de titel van het openingsgedicht.
Maar vooral hoopt ze op bescherming, vaderlijke steun, een veilig thuis.
In een paar gedichten wordt naar huizen gezocht. Ze is duidelijk ook nog
naar een dichterlijk huis op zoek. Er zijn, als je kijkt naar de vanaf
1970 geboren auteurs, naast de dichtende jongens maar heel weinig dichtende
meisjes. Daarom is te hopen dat het goed afloopt met Vrouwkje Tuinman.
En het zal, als je zo'n spannend gedicht als 'Jij ziet goed uit vandaag'
kunt schrijven, waarschijnlijk ook goed aflopen. Wat ze nodig heeft, is
zelfvertrouwen, het zelfvertrouwen om het grote woord op haar visitekaartjes
te laten drukken. Misschien krijgt ze die wel van haar geliefde, de kaartjes
met het woord 'dichteres'.
Mario Molegraaf
Vrouwkje Tuinman: Vitrine - Nijgh & Van Ditmar, 56 pag., 14,95.
|