vrouwkje.com | in de pers | vitrine
terug

 

Poëzie Kort
door Joop Leibbrand
| Uit: Meander Magazine, nummer 251

In het titelgedicht van haar debuut Vitrine schrijft Vrouwkje Tuinman: 'Ik ben/ en wat ik niet vastleg is niet gebeurd.' In het slotgedicht gebruikt de hoofdpersoon de wachttijd voor de '1 uur service' om zich voor te stellen wat de 'tijdcapsule' die ze heeft ingeleverd zichtbaar gaat maken van de vakantie die zij met haar geliefde heeft doorgebracht. Zij denkt daarbij: 'Dat je/ nooit weet wat je registreert –', dat zij nooit weet 'of wat ik/ vastleg is wat ik vast wil houden.' Voor de ikfiguur in de gedichten van Tuinman is kijken, waarnemen, observeren en het geziene bewaren een noodzakelijke levenshouding, maar zij verkeert in voortdurende onzekerheid over waarde en betekenis ervan. Het gedicht eindigt met 'neem ik/ ons mee naar huis, uit zicht' en dat is een keuze die de dichteres graag maakt: zij wil zich tonen, maar zich daaraan tevens onttrekken, eigenlijk precies zoals het in en voor de etalage of voor en in de uitstalkast gaat. Het is kijken en bekeken worden, maar in een intimiteit die op afstand blijft.
De bundel opent met 'Ik ben volkomen naakt voortaan', een gedicht dat voor het eerst te lezen viel in de begin dit jaar bij Passage verschenen bloemlezing Kutgedichten:

Ik ben volkomen naakt voortaan

'In Brussel laat je mij je kut zien,'
schrijf je. Lees ik in mijn veilige bed.
Vijf weken zijn we nu en ik bedek mij
trek mijn wijdste broeken aan.
Maak het donker weet dat jij

niet zult vergeten. Je pakt mijn arm
en ik plak vast – aaneengekleefd gaan wij
van straat naar straat. Hotelkamer
vol met spiegels wil ik het licht uit
tast jij toe val ik uiteen.

Je legt me neer en spreidt.
Pelt me open kijkt, ziet duizend
gezichten waar ik maar één – lelijk -
dacht. Je neemt de hele nacht.
's Ochtends mag het licht weer aan.

Wonderlijk hoeveel meerwaarde een gedicht kan krijgen in een nieuwe context, zo programmatisch als het voor de bundel als geheel is: het ingenieuze spel met de verbeelding, de tegenstellingen tussen openheid en geslotenheid, zichtbaarheid en onzichtbaarheid, vrijmoedigheid en kuisheid. En als belangrijkste de preoccupatie met het beeld dat de ikfiguur van zichzelf heeft, een kernthema dat nooit solipsistisch maar altijd in relatie tot anderen wordt uitgewerkt, o.a. in enkele prachtige gedichten over de overleden vader. We hebben er een dichteres van formaat bij.

Vrouwkje Tuinman - Vitrine
Uitg. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2004
54 blz.; 14,95 euro
ISBN 90 388 7433 2


Zie het interview met Vrouwkje Tuinman

  (c) Meander Magazine