vrouwkje.com | in de pers | vitrine
terug

 

Bekentenislyriek in debuut van Bossche Vrouwkje Tuinman
door Nick J. Swarth
Brabants Dagblad

Dinsdag 2 november 2004 - Vaak geeft het geen pas de auteur van een tekst te vereenzelvigen met de vertellende instantie, de 'ik' die tot de lezer spreekt. In het geval van 'Vitrine', de debuutbundel van Vrouwkje Tuinman (Den Bosch, 1974), lijkt het gerechtvaardigd. Getuige ook de mededeling op de achterkant: „het klassieke en ontroerende verslag van een ontwaken, geschreven in een heldere, beknopte stijl“.

Vrouwkje Tuinman
Vitrine
Nijgh & van Ditmar, €14,95

„Ik ben volkomen naakt voortaan“, luidt de haast programmatische titel van het openingsgedicht. Het getoonde plaatje is dat van een onzekere, terughoudende vrouw met een negatief zelfbeeld: „Vijf weken zijn we nu en ik bedek mij / trek mijn wijdste broeken aan. / Maak het donker weet dat jij / niet zult vergeten.“

Een tip van de sluier wordt opgelicht in de tekst, waarin de moeder zich afkeert van haar schuldbewuste dochter. Later verschijnt de vader ten tonele, dood maar nog immer heersend, is er de suggestie van incest: "Vingers drukken / zacht mijn oogleden toe. Man en meisje / naderen elkaar in windstille schreden. / Papa's grote handen. De anderen wijken.“

Van lieverlee wordt er een evenwicht bereikt. Het laatste deel van de bundel bevat liefdeslyriek, kanttekeningen bij een relatie, die naast veel twijfel ook vormen van geborgenheid biedt. In het gedicht 'Prins' krijgt het ontwaken een sprookjesachtige dimensie: „Je belt me op, je loopt door grind, / zeg je, ik hoor het ik hoor je hoor je gaan (?) Luister zeg je, hoor. En dan: / één moment van kwaken. / Kikkers door mijn telefoon. / Verbinding“. Niet dat de beklemming geheel wordt weggenomen. Andermaal lijkt de aard van de relatie tot een ander, de geliefde nu, het wezen van de 'ik' te definiëren.

'Vitrine' biedt een karakteristieke vorm van bekentenislyriek, die herinnert aan het werk van Harriet Laurey of Neeltje Maria Min, om maar eens een paar bakens uit te zetten. Zulke poëzie biedt aan velen ruimte voor identificatie. Evengoed zullen de monomane trekjes, eigen aan deze vorm van lyriek, niet iedereen kunnen bekoren. Licht en lucht ontlenen Tuinmans teksten aan de nuchtere, zelfs onderkoelde toon.

In al hun ernst zijn de geschilderde situaties vaak ook (tragi-) komisch. De thematiek van het ontluiken vindt een doeltreffende vertaling in de stijl. Kenmerkend zijn korte, soms zelfs geamputeerde zinnen, waarbij het lijkt of de dichteres op de tast door een verborgen gedachtegang beweegt.

Tuinman dingt met 'Vitrine' mee naar de Schrijversprijs der Brabantse Letteren 2005.

 

  (c) Brabants Dagblad