| |
Zoeken naar een bruikbare taal
Door Nick J. Swarth, Brabants Dagblad, 22 februari 2005
Zes titels zijn genomineerd voor de Schrijversprijs der Brabantse letteren
2005. Voorafgaand aan de uitreiking op 12 maart een nadere kennismaking
met de boeken en de schrijvers. Vandaag: ‘Vitrine’ van Vrouwkje
Tuinman.
In haar poëziedebuut ‘Vitrine’ schildert de in Den Bosch
geboren en getogen Vrouwkje Tuinman (1974) het wel en wee van een beschadigde
vrouw.
‘Vitrine’ boekstaaft het ontluiken van een onzekere, gereserveerde
vrouw. Welke mogelijkheden biedt de liefde als je op jonge leeftijd reeds
werd beschadigd? In de boeiendste verzen is de toon als van een kind dat
begrijpend leert lezen, leert manoeuvreren tussen de regels van haar bestaan.
Vrouwkje Tuinman over haar goed ontvangen debuut en het autobiografisch
gehalte van haar werk.
,,Aan het einde van de zomer verschijnt mijn eerste roman, ‘Grote
acht’. Het gaat over psychisch geweld, maar dat klinkt niet zo wervend.
De hoofdpersoon is een buitenstaander, een meisje dat heel erg in haar
hoofd leeft. Ze lijdt onder de psychische terreur van een oude man. De
aard van verhouding blijft onduidelijk. Gebeurt het allemaal echt of speelt
het zich af in haar hoofd?
,,Eigenlijk was het boek er eerder dan de bundel. ’Vitrine’
ontstond parallel aan het laatste stuk van de roman. Ik was inmiddels
verliefd geworden, ontdekte dat ik met een ander soort stem aan het schrijven
was. Maar de hoofdpersoon in het boek is te jong om er al een liefdesleven
op na te houden. Ik zocht een ander soort taal, vandaar de gedichten.”
,,De kritieken waren goed. Raar om recensies te lezen. Het is vervelend
als mensen er schijnbaar niets van hebben begrepen. Iemand zei dat ik
klassieke gedichten schreef, waaronder een aantal sonnetten. Dat slaat
nergens op. Waar gaat het nog over als je er zo weinig van weet. Er was
één matige recensie. ‘Vrouwen schrijven dagboekpoëzie’,
daar kwam het op neer. Wat moet ik dan nog zeggen. Daar kan ik niet tegenop.”
Persoonlijk
,,Een tekst gaat aanvankelijk over iets van mezelf. Dat is snel weer weg.
Je kiest een onderwerp. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Vitrine’.
Het verzamelen van spullen die de geliefde achterlaat heb ik nooit gedaan.
Het gevoel erachter ken ik wel. Door de keuze voor dat beeld komt het
verder van je af te staan.”
,,Bij de roman is het nog meer fictie. De eerste hoofdstukken stonden
dicht bij mij. Daarna werd het interessant om een goed boek te schrijven,
afstand te nemen. Gelukkig maar. Stel je voor dat je alles wat je schrijft
zelf bent. Mensen gaan ervan uit dat alles letterlijk is. Onzin. Maar
ook als het niet over mij gaat is er natuurlijk sprake van een referentiekader.
Schrijvend over een jeugd, schrijf ik over mijn eigen jeugd. Ik woonde
21 jaar in Den Bosch. Het was een leuke tijd. Ik voel me geen Bosschenaar
meer, eerder een Brabander in Utrecht. Sinds de nominatie treed ik vaker
in Brabant op. Dat deel van mijn identiteit is daardoor weer een beetje
opengesprongen.”
,,Ik ben iemand die erg op zichzelf leeft. Ik heb altijd mijn eigen dingen
gedaan, nooit een vaste baan gehad. Ik ben van de arbeidsmoraal. Alles
buiten schrijven ging voor. Toen ben ik in mijn eigen tijd begonnen aan
een boek. Financieel is het nu schipperen.”
,,Een beurs van het Fonds voor de Letteren? Daarvoor voel ik me misschien
te weinig schrijver. Ik kan ook andere dingen, ben bijvoorbeeld journalist.
Ik hoef ook niet zonodig dichter te worden genoemd. Dat je met poëzie
een van beide prijzen wint lijkt me trouwens stug. Maar ik ben heel erg
blij met de nominatie.”
Stemmen voor de Publieksprijs kan tot 1 maart. Formulieren zijn verkrijgbaar
bij LiBra: 013-4656735. Of mail naar libra@pbcnb.nl. Digitaal stemmen
kan op:
_www.prijzenderbrabantseletteren.tk
|