| |
Vrouwkje Tuinman is klaar voor Poëzienacht
Vrouwkje Tuinman sluit de 25ste Nacht van de Poëzie af, als enige
debutante temidden van talrijke grijze eminenties. Een spannend moment.
‘Een uur van tevoren zal ik roepen: Ik wil niet! Ik hoop dat er
dan iemand is die zegt dat ik mij niet moet aanstellen.’
Door Jeroen de Valk
Zondagochtend 6 maart rond een uur of drie zal Vrouwkje Tuinman de 25ste
Nacht van de Poëzie afsluiten. Ze is de enige dichter op deze jubileumeditie
die niet eerder op het festival was; de andere deelnemers zijn zonder
uitzondering Nacht-veteranen als Rutger Kopland en Gerrit Komrij. Het
lijkt een optreden om met angst en beven naar uit te zien; wie de Nacht
afsluit, blijft de hele nacht in spanning terwijl collega’s relaxed
het glas heffen. Hij of zij moet al die tijd nuchter en helder zien te
blijven.
,,Ik probeer er maar niet aan te denken’’, vertelt de Utrechtse
dichteres. ,,Ik heb gelukkig eerder die dag een andere klus; ik presenteer
het cultuurnieuws bij Café Z, de talkshow in de Stadsschouwburg.
Ik hoop dat daar de adrenaline een beetje wegebt. De drank is geen probleem,
aangezien ik nooit drink. Het wakker blijven ook niet, want ik heb een
groot slaapprobleem. Thuis lig ik soms tot zes uur ’s ochtends wakker.
Het verschil is natuurlijk, dat ik dan niets hoef te presteren.’’
Waarschijnlijk wordt de Nacht ‘gewoon gezellig’, hoopt ze.
,,Ik ga andere dichters zien, en zal wel weer te veel geld uitgeven op
de boekenmarkt in de wandelgangen. Rond een uur of twee zal ik mij realiseren
dat ik nog moet optreden, en dan ga ik roepen: ‘Ik wil niet!’
Waarop iemand anders zegt dat ik mij niet moet aanstellen.’’
Volgens de Nacht-traditie mag de afsluiter het jaar daarop de Nacht openen.
Wat betekent dat Tuinman in maart 2006 om acht uur ’s avonds aan
het woord is. ,,Dat openen lijkt mij eigenlijk veel moeilijker; er is
nog niets gebeurd, dus je moet zelf de toon zetten. Je staat te praten
terwijl de toeschouwers nog een plekje zoeken en een biertje willen en
elkaar staan te begroeten. Daarbij komt, dat ik niet erg ‘aanwezig’
ben; ik maak geen spektakel en heb een zachte stem. Ze moeten de microfoon
altijd harder zetten voor mij.’’
Vrouwkje Tuinman (30) kan zich troosten met de gedachte dat haar poëziedebuut
Vitrine uitstekend werd ontvangen. Zó goed zelfs, dat de publicatie
van haar tweede boek – de roman Grote Acht – is uitgesteld
tot eind augustus, zodat de bundel voldoende aandacht kan krijgen..
Beide boeken schreef Tuinman toen ze een jaar vrijaf nam als freelance
journalist. ,,In de journalistiek kan ik niet alles kwijt. Vooral bij
het schrijven van columns bleven voortdurend ideeën liggen. Ik wilde
niet zo iemand worden die de hele tijd roept dat hij een boek wil schrijven,
zonder dat ooit te doen. Ik ben een jaar van mijn spaargeld gaan leven,
en in die tijd kwamen de manuscripten voor de bundel en de roman tot stand.’’
Haar werk is grotendeels autobiografisch getint. ,,Het uitgangspunt van
Vitrine is: een jonge vrouw die zich lange tijd niet goed kon overgeven
aan de liefde, maar nu wel, aangezien die onontkoombaar is. Met op de
achtergrond een vroeg overleden vader. In mijn roman draait het om een
tirannieke vader en een klein meisje, dat onder hem poogt op te groeien.
Dat ben ik allemaal zelf. Mijn vader ís vroeg overleden, en ik
héb nu mijn grote liefde gevonden: de dichter F. Starik. Maar met
die uitgangspunten ga ik verder fantaseren, dingen uitvergroten.’’
Wie boeiende literatuur wil schrijven, moet zich niet beperken tot de
realiteit, legt ze uit. De werkelijkheid kan ongeloofwaardig overkomen,
en wat is gefantaseerd kan reëel lijken. ,,Ik heb ooit wat passages
van de roman laten lezen aan een kennis; die zei: ‘Wat gruwelijk!
Gelukkig is het niet echt gebeurd.’ Maar dat was nou net wél
echt gebeurd.’’
Het jaartje vrijaf is een van de weinige bewuste carrièremanoeuvres
uit Tuinmans leven. ,,Ik heb nooit bewust een beroep nagestreefd. Op een
goede dag realiseerde ik mij dat ik met de journalistiek mijn brood verdiende,
en dat ik dus kennelijk journalist was geworden.’’ De journalistiek
en het organiseren van literaire evenementen bracht Tuinman ertoe zelf
te gaan publiceren, en haar debuut bracht haar dus al meteen tot de Nacht
van de Poëzie.
Inmiddels is ze alweer bezig met een nieuwe poëzie-reeks: korte,
compacte gedichten die ze – vanwege de vorm – ‘baksteentjes’
noemt. Of ze daar iets van gaat voorlezen op de Nacht in de zeven minuten
die ze tot haar beschikking heeft, staat nog niet vast. ,,Ik maak pas
de definitieve selectie op het podium. Als het publiek geconcentreerd
is, kan ik rustig beginnen. Zijn de mensen onrustig, dan moet ik met de
deur in huis vallen om de aandacht te trekken. Mijn uitgever heeft mij
aangeraden om dan te beginnen met het eerste gedicht uit mijn bundel Vitrine;
daar komt het woord ‘kut’ in voor, en dan is iedereen meteen
wakker.’’
De 25ste Nacht van de Poëzie vindt plaats in muziekcentrum Vredenburg,
Utrecht, van zaterdag 5 maart, 20.00 uur, tot de volgende ochtend, ca.
3.00 uur.
|