vrouwkje.com | in de pers | Haganum 2004

 

BESPREKING HAGANUM FESTIVAL 2004 DEN HAAG
bron: Rottend Staal Online (Liesbeth van Dalsum, Rottend Staal Online, 4-4-2004).

Den Haag/Epibreren - In het prachtige Gymnasium Haganum aan de Laan van de Meerdervoort te Den Haag vond gisteren het Haganum Festival 2004 plaats, met als motto 'de kracht van het gesproken woord'. Net als vorig jaar was weer een boeiende mix van zeer bekend literair talent tot een keur uit het verste talent geprogrammeerd, en eveneens net als vorig jaar, bezocht het publiek massaal de voordrachten. Omdat het zich constant verdeelde over de lokalen en zalen van het gebouw durf ik geen schatting te geven van het aantal. Laat ik volstaan met de constatering dat het aantal hoog was, en uiterst gemêleerd qua leeftijdsopbouw: van tien- tot tachtig-plus.

Ik had eigenlijk de voordracht van P.C. Hooftprijswinnaar Cees Nooteboom willen bijwonen, maar helaas: de aula waarin hij declameerde was al vol en dicht bij het verlaten van de performance van F. Starik en Vrouwkje Tuinman. Beiden declameerden liefdesverzen bij een 'stomme film', waarin ze zelf als verliefd echtpaar tussen winkelend publiek de hoofdrol speelden. Veel ontwikkeling zat niet in de film, en dat was goed, want daardoor niet afleidend van de voordracht. Wat wel afleidde was het vele rumoer op de gang, maar indachtig Jack Kerouacs wijze woorden 'het gaat niet om wat je hoort, maar om wat je wil horen', gleed mijn aandacht weer terug naar de voordracht. Tuinman heeft nog wat te weinig volume in haar stem: ik hoop dan ook dat tegen de 12de september, als ze getweeeën drie boeken presenteren, ze mijn tips om tot meer volume te komen, zoals ik haar in het damestoilet deed toekomen, ter harte genomen zal hebben.

Hoe dan ook: Cees Nootebooms bezwerende voordracht moest ik volgen via een beeldscherm. Helaas was er geen geluid bij. Voor een verslag over wat hij nu zei of deed moeten we wachten op de Haagsche Courant van morgen. Wel kan ik melden dat hij een stuk kleiner is dan ik verwacht had. Ik zag hem de zaal verlaten, observeerde zijn lengte en realiseerde me dat het wel erg raar was dat deze futiliteit als eerste in me opkwam.

Inmiddels was in het laat-negentiende eeuwse scheikundelokaal de voortstelling van de poëziepopgroep D.O.M. begonnen. De dichters Diann van Faassen en Harry Zevenbergen en de muzikanten Timo de la Mar en Luther Zevenbergen brachten hun voorstelling 'Stad' voor een projectie van stads- en parkbeelden. De voorstelling zag ik al eerder bij het Wintertuinfestival en ze was ditmaal strakker dan vroeger. Wel viel me op dat Diann van Faassen eigenlijk alleen de tweede stem mocht doen en dat het filmpje me te veel afleidde. Waarschijnlijk waren de beelden niet abstract genoeg en liepen beeld en woord allerminst synchroon - wat erg jammer is. Gastdichter Tjitse Hofman deed op de klanken van D.O.M. zijn gedicht 'Roest'. Nu speelt dit gedicht zich af in een stadshaven. Dus waarom daarbij beelden van een park getoond?

Ik vroeg me dit nog af, toen de voorstelling eindigde, de deur openging en ik Kader Abdollah zich op zijn kruin zag krabben. Had hij door het sleutelgat naar D.O.M. gekeken en zich hetzelfde afgevraagd? Ik riep nog 'Kader, lieveling, Kader!', maar hij was alweer in de mensenmassa opgegaan en ik huppelde door naar de aula, waar voor een veertigtal lieden Meindert Talma optrad. Hij introduceerde een lied over zijn studentenhuis in de Groninger achterstandswijk Beijum met een quote van zijn vader, die hem daar eens opzocht en zei: 'Meindert, jongen. Ik had mijn kwakkie beter op een kachel kunnen storten, dan was het tenminste nog met een sisser afgelopen. Wat ben jij een loser'.

Omdat ik Talma al vaak aan het werk gezien had, besloot ik plaats te maken voor het opdringend volk en verliet de snel volstromende zaal. Ik passeerde Agnes Kamstra, die als een dorpsomroeper de meutes naar zalen tuurde die nog niet tot de nok toe vol zaten en mensen ontraadde zich nog in de zaal waar Philip Freriks sprak te proppen: 'morgen kunnen jullie hem gewoon op tv zien.'

In de 'vrije rookzone', die op een buitenplaats van het schoolgebouw was ingericht, met partytent, plenty asbakken en zwoele lucht die vanuit het overvolle gebouw de prille lenteavond binnenstroomde, bleek een te gekke festivalsfeer te hangen. Ik slikte een effedra, draaide een joint, laafde me aan roodvocht en wist tal van mensen opmerkelijke quotes te ontlokken.
F. Starik: 'Ik stap over naar Vassallucci. Op 12 september breng ik gelijktijdig twee bundels uit. In de Knipscheer kan dat niet trekken. Vassallucci wel. Ik begon pas te masturberen toen ik achttien was.'
Vrouwkje Tuinman: 'Op 12 september verschijnt mijn bundel Vitrine bij Nijgh & Van Ditmar. In februari 2005 volgt mijn roman Twaalf.
Remco Campert: 'Schoolgebouwen brengen jeugdtrauma's in me boven.'
Vince, een dertienjarige festivalganger: 'Het is wel leuk. Ik ben hier voor mijn broer die meedeed aan het Debating Debat. De Comedy Train was ook wel leuk.'
Tjitse Hofman: 'Als ik dronken ben word ik hitsig.'
Een vijfenvijftigjarige dame: 'Geeft u les op deze school?'

  © 2004, vrouwkje.com