| |
Van boven naar onder schrobben
Door Edith Koenders, Volkskrant, 30 september 2005
Doe iets, zou je het meisje uit de debuutroman Grote acht van
Vrouwkje Tuinman (1974) willen toeschreeuwen. De lijdzaamheid van het
opgroeiende kind is verpletterend.Of ze nu acht, dertien of zestien is,
de dingen overkomen haar. Ze schakelt haar gevoelens uit en observeert.
De oorzaak van haar gedrag is haar vader, die ze braaf elk weekeinde opzoekt
in zijn smerige huis. Ze weet dat hij oud is en vies, dat hij haar terroriseert
en aanraakt op een manier die ongeoorloofd is. Maar tegelijk met het besef
komt de ontkenning. Ze stapt uit zichzelf en observeert.
Voor haar gedichtenbundel Vitrine ontving Vrouwkje Tuinman de
Hollands Maandblad Poeziebeurs. Ze is een dichteres die de stap van poezie
naar proza voorzichtig heeft gezet. Vier hoofdstukken uit Grote acht
werden als zelfstandige verhalen in literaire tijdschriften gepubliceerd.
Alleen heetten die toen 'ontbijt', 'schuur', 'thuisbrengen' en 'verkeerde
bloem', in plaats van 'acht', 'negen', 'dertien' en 'zestien', zoals nu
in de roman, als verwijzingen naar de leeftijd van de hoofdpersoon.
Als het meisje dertien is, komt ze na een weekend bij haar vader weer
thuis. Haar moeder vraagt of ze honger heeft. Nee, ze wil zo snel mogelijk
naar boven. Ze wil alle sporen van het verblijf bij haar vader wegwassen:
'Schrobben. Van boven naar onder, want als je het andersom doet spoelt
het vieze water naar beneden over alles wat je net schoon hebt geschrobd.
Nek, bovenlijf, armen, met het kleine borsteltje goed onder al mijn nagels.
Van onder, van achter. Benen. Voeten.'
Als ze zestien is, overlijdt haar vader en moet ze naar de begrafenis.
'Er kwam een kaart. (...) Op de kaart stond dat men bedroefd was. Dat
ik bedroefd was. Ik las dat het afscheid voor mij toch nog onverwacht
was gekomen.'
Ook op haar 23ste kan ze zich niet volledig overgeven aan het moment.
Als ze met een vriend in bed ligt, hoort ze Sex bomb van Tom
Jones: 'Dit is van die muziek die nog lang in mijn hoofd blijft. Ik heb
daar geen ruimte. Mijn hoofd is zo vol en zo groot, veel groter dan mijn
lijf. Te groot om mijn lijf te kunnen voelen.'
Tuinman bewijst dat er geen grote woorden nodig zijn om grote zaken aan
te roeren. Alleen de fragmenten over kleine-meisjesleed (de 10-jarige
die op een vreemde pony een concours verliest) zijn op het randje van
sentimenteel. Ondanks deze wat kinderlijke passages is Grote acht-
een verplichte figuur op een concours - een indringend portret van een
meisje dat probeert te overleven in de vicieuze cirkel van angst en tirannie.
|