| |
‘Schrijven is egoïstisch’
door Arno Kersten
Vrouwkje Tuinman geeft de cursus Proza bij Studium Generale. Sinds een
maand is haar romandebuut ‘Grote Acht’ uit, over een meisje
en haar tirannieke vader. “Studenten weten wat ze willen zeggen,
maar vaak niet hoe. Dat valt te leren.”
In het romandebut Grote Acht van Vrouwkje Tuinman vertelt een achtjarig
meisje over de bedorven maaltijden die haar vader op tafel zet. ‘Gisteren
aten we rijst en kipkerrie uit een diepvriespak, met erdoorheen restjes
beschimmelde boerenkool van een allang weggegooid blik. Daar krijg je
meer weerstand van, zegt mijn vader.’
Ging dat echt zo thuis?
“Niet letterlijk dat menu”, lacht Tuinman. “Het is meer
een weerslag van eten bij mijn vader. Ja, ook met resten die in de pan
bleven zitten. Heel smerig. En het is waar, je krijgt er weerstand van,
ik ben nooit ziek geweest. Iedereen denkt: dat zal wel verzonnen zijn.
Maar dàt was nou, mag je best weten, autobiografisch.”
Steno
De eerste dag van september kwam haar debuutroman uit. Over een meisje
met gescheiden ouders. In de weekenden verblijft ze bij haar vader, die
een hersenziekte heeft en die erg tiranniek kan zijn. De korte, niet-chronologische
hoofdstukken laten een vrouw zien van haar achtste tot haar drieëntwintigste,
die worstelt met angst, vernedering en loyaliteit. Een jaar eerder kwam
Vitrine’ uit, haar debuutdichtbundel. Tuinman schrijft zoals ze
dicht.
“Ik werk graag met weinig tekst, met weinig inkleuring. Ik ben heel
erg geneigd tot steno, ook in proza. Ik vind er niks aan om een ontzettend
uitgesponnen verhaal te schrijven waarin alles wordt ingevuld.”
Bondig en afstandelijk. Is dat een vorm of jouw stijl?
“Dat is mijn stijl. De boodschap op mijn antwoordapparaat zijn ook
maar een paar woorden. Dat compacte, daar houd ik van, ook als ik zelf
lees. Dat geeft de lezer ruimte om het zelf te kunnen interpreteren. De
meeste schrijvers kunnen zich nooit aan de lengte van een tekst houden.
Maar ik moet juist altijd op het laatst hier en daar wat meer uitpakken.”
Autobiografisch
Les 1: stel de hoofdpersoon in een boek nooit gelijk aan de schrijver.
Toch las ik in een recensie dat je verhaal sterk autobiografisch zou zijn,
dat je zelf dat meisje was.
“Ja, dat verbaasde mij ook enorm. Het is absoluut niet waar”
Wat is er wel autobiografisch aan?
“Er zit een grote lijn in en dat ben ik. En vanaf daar ben ik eigenlijk
niks van wat er staat. Zeg dat je elke dag een miljoen dingen ziet, hoort,
beleeft en voelt. Ik pik er eentje uit. Niet eens per dag, maar per week.
Dat leg ik onder een vergrootglas en werk ik uit tot vrij hysterische
proporties. Daardoor heeft het wel met mij te maken, maar tegelijkertijd
ook totaal niet. Ook ik heb paard gereden. Ook mijn vader is dood.
Ik herinner me dat ik de hele week bij mijn moeder was en het weekend
bij mijn vader. Anders dan in het boek, waren die twee verschillende levens,
er allebei, en evenveel. Schrijven is een egoïstische bezigheid hoor:
ik probeer gewoon een interessant boek te schrijven met onderwerpen waarmee
ik wat kan.”
Nutteloos voelen
Hoe werk je?
“Ik moet eigenlijk drie dagen in huis rommelen en het gevoel hebben
dat ik een totaal nutteloos leven leid. Dat ik de ramen ga zemen en zo.
Dan komt het wel. Ik schrijf langzaam, ik loop lang met een zin in mijn
hoofd.”
Je moet er tijd voor maken, dus?
“Ja, ik heb vorig jaar ook een maand of acht van mijn spaargeld
geleefd. Om eerst de gedichtenbundel goed af te kunnen maken en daarna
de roman te kunnen afronden. Als ik ander werk heb, laat ik steeds alles
voorgaan om me nuttig te voelen.”
Festivals, columns, cursussen, voordrachten, interviews, workshops, gedichten,
verhalen. Je doet best veel.
“Ja, te veel. Maar ik moet ook ergens van leven. Het is wel heel
erg druk, en dat ergert me soms, want ik treed ook nog een paar keer week
op. Dat zorgt ervoor dat ik bijna nooit thuis bent en geen sociaal leven
heb. Zo is het altijd geweest, ik ben een workaholic.”
Schrijven leren
En je geeft de cursus Proza voor studenten. Kun je schrijven leren?
“Als je weinig creatief bent, ben je dat ook niet na vier weken.
Maar studenten vinden het vaak eng om iets op te schrijven, ook voor hun
opleiding. Ze weten wat ze willen zeggen, maar niet hoe. Dat valt voor
groot deel te leren.”
Je hebt de reputatie de rode pen flink te gebruiken.
“Ja, heel erg zelfs. Daar schrikken ze in het begin van. Maar dat
doe ik bij mijn eigen teksten ook. Ik laat dan ook vaak wat van mezelf
zien. Ik vraag veel van studenten, dat weet ik. Ze moeten elke week iets
schrijven. Gedurende vijf weken werken ze aan een langere tekst en tussendoor
moeten ze korte stukken schrijven. Ik weet niet of ik dat zelf wel zou
kunnen.”
Heeft het geven van de cursus je ook iets over jezelf geleerd?
“Ja, best veel. Het haalt me uit mijn eigen routine. Ik ga zelf
met andere ogen naar mijn zinnen kijken. Waarom gebruik ik juist deze
formulering? Sommige dingen doe ik al twintig jaar omdat ik ze zo doe.
Nu sta ik er bij stil.”
Vrouwkje Tuinman, Grote Acht; uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar.
De verhalen bundel prozacursus is op te vragen via sga@hu.nl. Ook schrijven?
28 februari begint een nieuwe cursus bij Studium Generale.
Zij volgden de workshop proza
Boy Ettema, 26 jaar, zesdejaars culturele en maatschappelijke vorming
‘Ik heb veel met lezen, dus ik dacht: ik wil wel eens proberen te
schrijven. Ik laat graag mijn fantasie de vrije loop. Het begint natuurlijk
bij je eigen creativiteit, die moet er zijn. Maar je kunt leren hoe je
een zin opbouwt, hoe je alinea’s toepast. De kick is dat je op papier
krijgt wat je in gedachten hebt. Dat die klik er is. Ik moet er echt voor
gaan zitten. Bakkie koffie en een sigaretje erbij. En dan veel uitproberen.’
Geerard Labeur, 28 jaar, vijfdejaars maatschappelijk werk en dienstverlening.
‘Als je wilt gaan schrijven, moet je wel van taal houden. En je
moet bereid zijn om eraan te werken, Een verhaal komt niet zomaar eruit
stromen, ik geloof niet zo in dat romantische beeld. Ik wil te veel zeggen
in een tekst. Het is beter om één ding goed te vertellen
dan tien dingen half. En ik wil ook toegankelijk leren te schrijven. Ik
lees voor mijn werk beleidsnotities en die zijn vaak niet om door te komen.
Misschien kan ik daar eens verandering in brengen.’
|