| |
Netjes theedrinken kan tamelijk lastig zijn
Door Marieke Kremer, Spits, 16 september 2005
Vrouwkje Tuinman is van oorsprong dichteres, en dat is goed te merken
aan haar prozadebuut Grote Acht. In korte fragmenten en gecomprimeerde
taal beschrijft ze daarin de rotjeugd van een doorsnee Nederlands meisje.
Grote acht doet aan als een literaire puzzel. Tuinman houdt ervan heen
en weer te springen in de tijd: haar hoofdpersonage in willekeurige volgorde
verslag van haar leven. De gebeurtenissen die ze beschrijft zijn bovendien
anekdotisch van aard en hebben weinig onderlinge samenhang. Het resultaat:
de problemen waarmee het kind worstelt - en dat ze worstelt, daarover
valt niet te twijfelen - blijven grotendeels onbenoemd. De lezer mag de
lege plekken zelf invullen.
Het meisje, haar naam blijft onbekend, is kind van gescheiden ouders.
Bij haar moeder lijkt ze het redelijk naar haar zin te hebben, maar de
weekeindes bij haar vader nemen nachtmerrieachtige vormen aan. Een paar
feiten: haar vader sluit haar 's nachts soms op in haar slaapkamer, het
stinkt in zijn huis, ze moet beschimmeld voedsel eten ('daar krijg je
weerstand van') en de man kan vreselijk boos worden om alles. Hij is van
het type 'het is niet goed of het deugt niet'. Een klein voorbeeldje,
over thee- drinken volgens de regels van pa:
'De ketel gaat weer op het gas, dit keer voor thee met twee verplichte
klonten suiker. (...) Bij het roeren mag ik geen geluid maken, dat hoort
niet. Dus blijft de meeste suiker onderin plakken. Ik probeer te bedenken
wat ik ermee moet: oplepelen mag niet, maar laten staan levert ook een
tirade op.'
Een kind dat bij elke handeling in het dagelijks leven voor dergelijke
dilemma's geplaatst wordt, moet inderdaad wel verknipt eindigen.
De tirannieke vader sterft als het meisje op de middelbare school zit.
Zijn dood doet haar weinig. Maar ook later nog, als ze al studeert en
op kamers woont, kan ze geen band aangaan met andere mensen, mannen voorop.
Het voordeel van de fragmentarische vorm is dat de roman niet al te sentimenteel
is geworden. Het onderwerp 'moeilijke kindertijd', bezien vanuit het onbegrijpende,
onschuldige kind, verzandt immers al snel in zelfbeklag en het geforceerd
oproepen van medelijden. Soms maakt ook Tuinman zich hier een beetje schuldig
aan. Als ze beschrijft hoe haar personage op vijfjarige leeftijd verhalen
schrijft en voorleest aan haar knuffelbeesten, bijvoorbeeld. Of hoe ze
op veel te kleine laarzen dapper meedoet aan een paardrijwedstrijd.
Op andere momenten echter is Grote acht een wondertje van subtiliteit.
Dan toont de schijfster zonder moeite de complexe gevoelens van een verward,
angstig, gekleineerd kind, dat innerlijk verscheurd wordt door haar loyaliteit
aan de vader. Tuinman weet ware beklemming op te roepen - je zou het kind
het liefst onmiddellijk uit dat huis weghalen - en dat is een verdienste.
Vrouwkje Tuinman - Grote acht. Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar. €14,50.
143 blz.
|