vrouwkje.com | in de pers | groteacht
terug

 

Nerveus rondje voor de jury

Door: Melissande Lips

In haar prozadebuut Grote acht beschrijft Vrouwkje Tuinman op beklemmende wijze de miserabele relatie tussen een vader en zijn dochter. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de dochter, op verschillende leeftijden. De ouders zijn gescheiden. De vader is oud, ouderwets, dominant. Tijdens het weekendbezoek kleineert en terroriseert hij zijn dochter meer dan haar moeder en vriendinnetjes zelfs maar kunnen vermoeden.
De korte hoofdstukken verspringen in tijd en dragen als titel eenvoudig de leeftijd van de dochter: Twaalf, Negen, Zestien… Tussendoor zijn nog kortere intermezzi geplaatst die bestaan uit beschrijvingen of herinneringen. Ook Tuinmans stijl is bewust beknopt, afgemeten. Ze gebruikt weinig bijvoeglijk naamwoorden of vergelijkingen. Maar ondanks deze aanpak van less is more en de fragmentarische opbouw, wordt de kern van het verhaal glashelder neergezet.
Tuinman dwingt de lezer in de belevingswereld van het jonge meisje. Uit de anekdotes over o.a. het weekendbezoek aan haar vader, waarbij ze in haar kamer wordt opgesloten, haar eenzame schoolleven en haar paardrijles komt de dochter naar voren als een meisje dat continu aan het overleven is. Waarom dat zo is, wordt niet bij name genoemd. De spanning in het verhaal ontwikkelt zich dan ook bij gratie van wat niet gezegd wordt.
In een interview zei Tuinman zelf over haar manier van werken: “Ik ben niet iemand die links bovenaan een pagina begint te schrijven en rechts onderaan ophoudt. Ik bedenk op het eerste gezicht vrij chaotische dingen, ‘verdeel’ die over het document door ze op de plek te zetten waar ik ze ongeveer denk te willen zien. Daarna kleur ik in en kleed ik aan.”
Aan de tergende beschrijving van een paardrijdwedstrijd, die de dochter op veel te kleine laarzen en een stuurs paard moet volbrengen, ontleend het boek zijn titel Grote acht. De grote acht is de vorm van het rondje dat de deelnemers te paard voor de jury lopen. Net als in de relatie met haar vader gedraagt de dochter zich bij deze grote acht behoedzaam en lijkt wat zij wil, wat zij doet, tot mislukken gedoemd. Ze loopt voortdurend op haar tenen en doet uiteindelijk toch alles fout. Haar vader toont geen greintje trots over het feit dat ze de derde prijs wint. Hij kijkt alleen misprijzend naar haar schoenen: “Je moet er goed uitzien als je de volgende keer gaat springen.”
Wanneer haar vader op haar zestiende overlijdt, voelt ze niets. “Er kwam een kaart. Gewoon tussen de nieuwjaarspost. Rood, groen, goud en een wit met grijs. Op de kaart stond dat men bedroefd was. Dat ik bedroefd was.”
Daarna leeft ze ogenschijnlijk ‘normaal’ verder. Maar Tuinman laat niet na de lezer een kijkje in de toekomst te gunnen. Een toekomst waarin herinneringen en neuroses de dochter, wanneer ze in halfslaap verkeert, onverwachts overvallen. Als lezer weet je dan al dat het kortstondige bezoek op haar eenentwintigste aan een psycholoog (“Ik zwijg nog steeds. Meestal als je niks zegt probeert je gesprekspartner de boel weer een beetje op gang te krijgen. Nu niet.”), slechts het begin is van een langdurig verwerkingsproces.
Door alleen een beschrijving van de inhoud te geven, wek ik misschien de indruk dat Grote acht een overdreven tranentrekker is. Dat is niet het geval. In een interview over haar vorig jaar verschenen dichtbundel Vitrine zei Tuinman al dat ze gevoelens abstraheert. En dat doet ze hier opnieuw. De kale, onderkoelde stijl in Grote acht past precies bij de stem van de dochter en bij haar manier van omgaan met wat er gebeurd is in het verleden. Er trekt een rilling over de rug van de lezer, omdat je begrijpt dat ze niet anders kan. Dat ze die afstand nodig heeft. Een geslaagd gestileerde, bescheiden roman!

 

  (c) www.derecensent.nl