vrouwkje.com | in de pers | buurvrouw
terug

 

 

 

Burenrumoer

door Eva Berghmans, De Standaard, 12 december 2008

Een burenrelatie is meestal 'van moeten'. De jonge Nederlandse schrijfster Vrouwkje Tuinman wijdt een innemende bundel notities aan het gedwongen samenleven.

De onbehouwen buurman is een type dat je eerder in een deurenkomedie dan in een fijnbesnaarde roman verwacht. Maar dat kan dus ook, zo bewijst Vrouwkje Tuinman met Buurvrouw. Het is niet altijd van harte dat de ik-figuur de buitenwereld binnenlaat in haar appartement, haar oase van orde en huiselijkheid in een met de sloop bedreigd appartementsblok.
De jonge vrouw is erg gesteld op haar rust, op het eenzelvige af, maar er zit ook een reporter in haar. Het voordeel van veel buren hebben, us dat de verhalen voor het oprapen liggen, zeker als je niet veel nodig hebt om een verhaal te zien. Haar nieuwsgierigheid (of is het haar eenzaamheid?) drijft haar op strategische momenten naar buiten met kattenbak of papiermand, om even te kijken aan wie de onbekende stem toebehoort, of om te snuffelen aan wat een ander bij het oud papiet achterliet. Wat haar motief ook is, ze observeert de buurtbewoners met een gretigheid die een onverschillige nooit aan de dag kan leggen. De jonge vrouw is empathisch, beleefd, bij momenten op het zielige af, waardoor ze een gemakkelijke prooi wordt voor de meer egocentrisch ingestelde bewoners. De Spaanse buurvrouw bijvoorbeeld, die haar optrommelt om haar ongedierte te bestrijden, en niet aflaat voor de spin in haar stofzuiger zit en de stofzuiger loeiend op het balkon staat. Vrouwkje Tuinman heeft talent voor slapstick, zoveel is zeker. Dat blijkt ook uit het hilairsche relaas van haar calvarietocht om het woonbureau een kapotte lamp te laten vervangen.
Langs de achterdeur sluipt in dit schijnbaar onschuldige boekje de maatschappijkritiek binnen. Een van de mooiste verhalen ontspint zich op nummer 7 - de titels van de hoofdstukken geven altijd een plek in de wijk aan. Daar komt een Turkse jongen bij zijn oma wonen. Omdat zijn moeder hem 'niet meer aardig' vindt. Hij is zeven jaar oud en al onhandelbaar. Het mooie is dat Tuinman niet focust op de reden waarom hij van school gestuurd kan zijn. Ze toont hoe hij beetje bij beetje een plek in het hart van de jonge vrouw verovert, hoewel die niet de minste intentie had om hem onder haar vleugels te nemen. Hij sluit vriendschap met haar kat, komt geregeld langs en gedraagt zich altijd. Tuinman stelt de vraag niet expliciet, maar je ontkomt er niet aan: ligt het nu aan hem of aan de liefdeloosheid rondom hem?
De charme van dit boek, waarmee Vrouwkje Tuinman genomineerd is voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs, schuilt voor een groot deel in de blik van Buurvrouw, die weifelt tussen medeleven en nuchterheid. Minstens zo bepalend is de puntige stijl. Tuinman debuteerde in 2004 met een dichtbundel en ook aan haar prozawerk zie je dat ze een dichtersziel heeft. De precisie waarmee ze componeert en registreert, legt veel kwetsbaarheid bloot. Tegelijk houdt die precisie haar weg van de sentimentaliteit. Een gouden evenwicht

 

 

(c) De Standaard 2008