vrouwkje.com | in de pers | receptie
terug

 

 

 

[uit een dubbelrecensie van Receptie en Rob Schoutens bundel Spijsamen:]

door Henk Blanken

 

Die ironische lichtheid schemert soms ook door in de gedichten in Receptie, de tweede bundel van Vrouwkje Tuinman. Maar haar poezie is veel minder speels dan die van Schouten, met wie ze zich om allerlei andere redenen verwant zou kunnen voelen. Ze schrijft zeer leesbaar, prettig verhalendn, met een geraffineerd gevoel voor taal. Toch is haar poezie veel minder citeerbaar - en dat is wat raar.

De toon van Tuinman is zoekend, een tikje neurotisch. Soms relativeert ze opgewekt, of vindt ze rust in nogal aaibare liefdesgedichten, maar vaker beschrijft ze zichzelf ( nou ja, de 'ik' in haar gedichten) als een bangelijke huismus, 'banaal nerveus' zegt ze ergens. Ze is hyperalert, op haar hoede, en neemt de buitenwereld verhevigd waar ('ik sta altijd aan').

Drie jaar terug verscheen Tuinmans terecht zeer geprezen debuut Vitrine. Receptie is niet minder vakkundig, nog even openhartig, maar misschien iets minder beeldend: er staan veel goede regels in, maar minder ijzersterke. Het blijft minder hangen, allicht ook omdat het wat minder geestig is, al geldt dat weer niet voor de postbode in wie de argwanende dichter een spion ziet: 'Slap elastiek ligt voor mijn deur. De postbode is / vertrokken. Steeds schijnt een rode gloed langs / het gordijn. Saaie enveloppen smijt hij meters ver / de gang in. (..) Het bordje met mijn naam erop is al verdwenen.'

 

 

(c) Dagblad van het Noorden 2007