![]() |
|
| vrouwkje.com
| in de pers | buurvrouw |
|
|
Achter de deuren blijft men een vreemde *** Veel meer dan een aantal deuren op de gallerij van een flat wordt het niet, zelfs na jaren samen lijdzaam te hebben geleefd met lekkages, slecht onderhoud, zwerfvuil, geluidsoverlast en de dreiging van sloop. Veel meer dan een tussenstation is het ook niet. Lijkt het niet. In Buurvrouw, Vrouwkje Tuinmans tweede roman, na het schrijnende Grote acht, toont ze deze kleine gemeenschap van flatbewoners in al zijn droeve eenzaamheid, met de ogen van een relatieve buitenstaander die haar best doet, met de ogen van buurvrouw. Buurvrouw, de vertelster en ‘ik’, eet geen vlees en drinkt geen alcohol, ze werkt thuis en slaapt slecht, en ze heeft een poes, Muis. Ze woont in een sloopflat, de zoveelste ellendige woning in een lange reeks, met een luidruchtige onderbuurman met een onzichtbare vrouw, een buurjongetje voor galg en rad op nummer 7 die vrienden wil worden met Muis, en een trappenhuis waar het licht maar niet gemaakt kan worden. ‘De mevrouw van de woningbouwvereniging zegt dat dat niet de bedoeling is. Zeker niet voor een vrouw alleen. Ze noemt op wat er allemaal met mij als vrouw alleen in het donker kan gebeuren. Mijn laptop wordt gestolen, ik geslagen, vreemden dringen mijn huis binnen en gooien de voordeur voor mijn neus dicht. ‘Een man sleept hardhandig een gashaar de trap af. Ik vraag hem waarom en hij roept dat er geen huur is betaald. Op straat laadt iemand armen vol losse spullen in een busje. De schuifdeur zegt “Quik & Easy”. Dat klopt niet. Misschien moet ik dat gaan vertellen. Of niet: een andere man kijkt venijnig naar mij en zegt dat dit gewoon een verhuizing is.’ Tuinman creëert er een afstandelijke schets mee, en het consequente gebruik van de immer verwonderde toon en de lijdzaamheid waarmee zelfs de grootste frustatie of gêne wordt ondergaan, helpt daar niet bij. Zelfs de consequente onvoltooid tegenwoordige tijd draagt bij aan het gevoel van afstand tot de hoofdpersoon en haar vluchtige, voorbijgaande observaties: alles gebeurt nu, en zo meteen is het dus weer over. Ach. Het raakt ook over. Er komt een nieuw huis – verschillende bijna-perfecte, maar eveneens met sloopnominatie, woningen komen eerst nog voorbij – en buurvrouw is buurvrouw-af, het boek is klaar. We wensen deze naïeve bijna-neurote veel geluk en leggen het boek weg. We hebben geglimlacht en een paar zinnen bewonderend onderstreept, maar grote indruk heeft het niet gemaakt, grote emoties heeft het niet opgewekt. Het is de uiterste consequentie van de opzet en toon van dit boek: de hoofdpersoon en haar omgeving blijven op een afstand, ze blijven de ander, dierbaar worden ze nooit. |
(c) 8weekly 2008 |