| |
Inbreuk
Bij drie stoeltjes altijd de buitenste nemen.
Er komt nog iemand die neemt de verste
mijn tas zit dan tussen ons in.
Voortaan gaat zij met mij mee.
Een kindje aan zijn hand leidt ze me
haastig weg van wat we eerder waren.
De trein het midden van de ochtend
bijna leeg. De enige op veertig stoelen
in de coupé en toch naast mij.
Ze zegt wij gaan nu simpel leven.
Koffiezetten, kranten lezen, zwijgen,
niet meer vragen. Altijd bij ons blijven.
Eerst verdwijnen mijn heupen, dan
mijn schaduw, de warme kuil in het
vinyl ademt langzaam uit.
|